DM – Degeneratieve Myelopathie

Wat is het?
Degeneratieve Myelopathie is een progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg vergelijkbaar met ALS of MS (dat is nog niet zeker) bij mensen. De eerste verschijnselen van de ziekte uiten zich meestal tussen de leeftijd van 5 en 14 jaar. Vanaf de eerste tekenen tot het einde is het ziekteverloop meestal tussen de 6 en 18 maanden.

Symptomen
Het begint met coördinatieverlies in de achterste ledematen. De hond gaat waggelen, struikelen of slepen met de achterpoten. Incontinentie komt ook veel voor. Uiteindelijk wordt de hersenschors aangetast, waardoor ook vitale functies kunnen uitvallen. De hond heeft echter geen pijn, alleen verlies van functie.

Oorzaak
De isolatie om de zenuwbundels in het ruggenmerg wordt aangetast, waardoor de zenuwen afsterven en de aansturing van de spieren steeds minder wordt. Dit wordt veroorzaakt door een mutatie in een gen en het al dan niet aanwezig zijn van een bepaald allel. Bij de Duitse herder het allel 1101*J.

Diagnose
De diagnose gebeurd door middel van een DNA-test na eliminatie van andere oorzaken met dezelfde uiterlijke kentekenen, zoals hernia, spondylose, tumor, cyste, infecties of hartaanval. Helaas is de DNA-test niet 100% sluitend: enkele honden, getest als zijnde “vrij” of “drager”, bleken na een autopsie lijder aan DM te zijn geweest.

Mogelijke behandeling
Een bestaat geen behandeling welke DM tot staan brengt. Echter, soms is het mogelijk de ziekte te vertragen. Training bevordert de spieropbouw van de nog bruikbare spieren, waardoor de hond langer mobiel blijft. Aanbevolen is training of fysiotherapie, bijvoorbeeld wandelen (niet slenteren) en zwemmen. Waarschuwing: vermijdt stress, het kan het verloop van deze ziekte versnellen.

Erfelijkheid
DM vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot). Lijders zullen, als zij niet voor die tijd aan aan andere ziekte bezwijken, op den duur DM te ontwikkelen, ook op hoge leeftijd. Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
Er is een DNA-test beschikbaar.

Er dient zorgvuldig geselecteerd te worden, welke honden ingezet worden voor de fok in welke combinaties. Het zou dus baat hebben wanneer er meer honden getest gaan worden.
Volledig uitsluiten van de fok van drager x drager is niet gewenst. Honden met goede of uitmuntende eigenschappen zouden nog steeds kunnen worden gebruikt, waarbij rekening moet worden gehouden, dat de combinaties drager x lijder nog altijd 50% lijders + 50% dragers en drager x drager minstens 25% lijders en 50% dragers voortbrengen!

Link:
www.vhlgenetics.com